Video overzicht

Charles Gounod
Faust | akte 1

  • zaterdag 13 december 2025
  • Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Stéphane Denève

Faust – tussen ascese en overgave

In 2018 was het tweehonderd jaar geleden dat Charles Gounod werd geboren. Ter gelegenheid daarvan stelde de Franse muziekwereld zich ten doel een mogelijke oerversie van zijn Faust te reconstrueren. Een mogelijke, want er bestaat geen echte oorspronkelijke vorm van dit werk. Zonder al te veel in details te vervallen: bij de première in het Théâtre Lyrique in 1859 had de componist al talloze nummers veranderd en geschrapt die in latere versies weer opdoken, soms in aangepaste vorm. Vanaf een jaar na de première verving Gounod de gesproken dialogen in gecomponeerde recitatieven, waarbij veel oorspronkelijke dialoogtekst verdween. Het werk had succes en beleefde in Frankrijk en Europa de ene aangepaste versie na de andere, al dan niet in een andere taal – zo klonk in Londen eerst een Italiaanse en daarna een Engelse variant. Tien jaar na de première, in 1869, leek deze diaspora enigszins te stabiliseren. Voor de Opéra in Parijs stelde de componist een definitieve versie samen, met recitatieven. Maar na al dat schrappen en schuiven was hetgeen een decennium eerder had geklonken volledig aan het zicht onttrokken geraakt.

Voorbode van de naturalistische opera

De recente behoefte om een reconstructie te maken hangt samen met een zoektocht naar een rond 1850 ontstane nieuwe vorm van Franse opera, waarin Gounods oer-Faust een sleutelpositie inneemt. Er bestonden rond het midden van negentiende eeuw verschillende genres, die allemaal streng gereglementeerd waren: de chique grand-opéra aan de Opéra, de opéra-comique en de opéra-bouffe, en de Italiaanse opera. Toen intendant Léon Carvalho in 1856 het Théâtre Lyrique overnam, legde hij de nadruk op afwijkend repertoire: nieuwe Duitse romantische opera’s van Beethoven, Weber en Wagner én Franse werken die door de andere instituten werden geweigerd, zoals van Berlioz en Bizet. Langzaam maar zeker ontstond daar een nieuw soort muziektheater, met herkenbare, meer naturalistische onderwerpen. Die hielden het midden tussen serieus en komisch, soms met een sentimenteel randje. Deze vorm werd ‘opéra comique de demi-caractère’ genoemd.

Gounods geleerde Faust mag dan wel de mythische oude grijsaard zijn die zijn ziel aan de duivel Méphistophélès verkoopt om weer jong te kunnen zijn, maar al in de eerste scènes is duidelijk dat we hier met een nogal alledaagse mythe te maken hebben. Faust beklaagt zijn tragische levenslot met zijn beroemde openingswoord ‘rien’, het existentiële niets. Maar als hij het flesje met gif aan zijn mond wil zetten om zelfmoord te plegen zingt hij opgewekt: ’Salut! ô mon dernier matin!’ (Gegroet! Mijn allerlaatste ochtend!). De daaropvolgende koren van jonge meisjes en land­arbeiders weerhouden hem vooralsnog van deze zelfdoding.

Met zijn leerlingen Wagner en Siebel heeft Faust ook nogal alledaagse discussies. Dat heeft een functie. Hun verhalen over oorlog en liefde wakkeren zijn verlangens en lusten aan. Zo komt het aanroepen van de duivel veel natuurlijker voort uit een toenemende frustratie. Met tot gevolg dat Faust in een lyrisch-heroïsche ‘évocation’ die duivel aanroept om hem te helpen: ‘À moi, Satan! À moi!’ Er volgt een duet waarin hij zich overgeeft aan de macht van het kwade. Eerst alleen, en later met de duivel samen, zingt hij een vreugdevolle melodie: ‘À moi les plaisirs!’ (Voor mij de genoegens). Hier verheugt hij zich erover dat Méphistophélès hem gered heeft en het sensuele plezier eindelijk zal terugkeren.

Dat de Duitse letterkundigen opkeken van deze secularisering van Goethes heilige Faust-mythe verbaast niet. En toch: uit deze sentimentele ‘demi-caractère’ zou de moderne naturalistische opera van de tweede helft van de negentiende eeuw ontstaan.

‘Zangers, publiek en critici waren van streek.’

Voordat Gounod aan zijn Faust begon was er in Frankrijk al enig voorwerk verricht. In de winter van 1827-1828 had schrijver Gérard de Nerval het omvangrijke toneelstuk van Goethe vertaald. Hector Berlioz raakte meteen enthousiast en voltooide een jaar later zijn Huit scènes de Faust, die hij in 1846 opnam in zijn grote compositie La damnation de Faust. Charles Gounod had de vertaling gelezen en raakte onder de indruk van de versie van Berlioz. Langzaam groeide het onderwerp in zijn hoofd: ‘Faust heb ik altijd dicht op mijn hart gedragen […] en ik ben ervan overtuigd dat het een groot plezier voor mij zal zijn om deze taak op me te nemen, waartoe ik me op veel verschillende manieren aangetrokken voel en die aan veel van mijn behoeften tegemoetkomt.’ In zijn eigen versie klinkt de invloed van Berlioz door. Gounod bekende dat diens muziek tot de grootste emotionele invloeden van zijn jeugd behoorden. De twee componisten hebben elkaars werken trouwens altijd gewaardeerd.

In de tussentijd had Michel Carré het toneelstuk Faust et Marguerite geschreven, dat in 1850 was uitgevoerd. Dit stond model voor het libretto dat Jules Barbier met Carré in 1856 samenstelden. Samen met de componist togen zij naar intendant Léon Carvalho, maar die wees het onderwerp eerst af omdat een concurrerend theater dezelfde titel had uitgebracht. Twee jaar later kwam er een herkansing, waarna Gounods nieuwe opera in 1859 voor het eerst kon worden uitgevoerd in het Théâtre Lyrique. Later schreef hij: ‘Faust was geen overrompelende triomf, maar het was mijn grootste succes in het theater tot nu toe. […] Wat de partituur betreft, die was zo controversieel dat ik weinig hoop had op succes. Zangers, publiek en critici waren redelijk van streek.’ Deel van de verwarring lag in de onwennigheid met het nieuwe genre van het ‘demi-caractère’.

Ze bleef een moment sprakeloos…

De nieuwe ontwikkelingen werken ook orkestraal en vocaal in de opera door. Met het veelvuldig gebruik van de gesproken dialogen ontstaat een andere verhouding tussen tekst en muziek. De scherpe tegenstelling tussen spreken en zingen wordt hier en daar overbrugd door de toepassing van het zogenaamde melodrama. Dat is gesproken tekst met een vrije muzikale begeleiding, die veelal alternerend met de teksten de emoties kleurt en verhevigt. Gounod had dit procedé onder andere kunnen horen in het Théâtre Lyrique waar Der Freischütz (1821) van Carl Maria von Weber werd uitgevoerd, een werk dat eigenlijk ook een Faustverhaal is.

In de beroemde ‘Wolfsschluchtszene’ maakt Weber gebruik van het melodrama om de spookachtige ontmoeting met de duivel te schilderen. Echo’s daarvan zijn hier in het eerste bedrijf te horen. Faust is samen met Méphistophélès op de kermis waar soldaten en studenten feestvieren. Langzaam maar zeker beginnen Wagner en Siebel te vermoeden dat Méphistophélès een wel heel merkwaardige gast is: ‘Vous êtes donc sorcier?’ (U bent dus een tovenaar?). Om de ongemakkelijke spanning te laten klinken maakt Gounod hier gebruik van het Weberiaanse melodrama.

Maar de grootste kwaliteit ligt in de lyrisch-romantische delen. Beroemd is de tuinscène met het liefdesduet tussen Faust en Marguerite. ‘Laisse-moi contempler ton visage’ (Laat me naar je gezicht kijken) zingt Faust, waarna hij zijn verleidingspoging succesvol uitvoert. Op het moment suprême houdt hij zich echter in, ware het niet dat Méphistophélès hem vervolgens dwingt de poging door te zetten. Marguerite zwicht en wordt zwanger. De regieaanwijzing is decent: ‘Elle reste un moment interdite et laisse tomber sa tête sur l’épaule de Faust’ (Ze bleef een moment sprakeloos en liet toen haar hoofd op Fausts schouder vallen). Later vroeg Gounod zich af hoeveel zondevallen deze scène in werkelijkheid heeft veroorzaakt. Dit was ook een thema in zijn eigen leven, waarin hij voortdurend schommelde tussen katholieke ascese en sensuele overgave.

Een symfonisch hoogtepunt is de bekende kerkscène in het derde bedrijf. Het is de eerste muziek die Gounod voor deze opera componeerde. Met een grootse orgelklank klinkt in de kerk de hevige strijd tussen goed en kwaad om de ziel van de moreel gevallen Marguerite. De duivel bedient zich slinks van prachtige religieuze melodieën met orgelbegeleiding, waarin de koperblazers het Laatste Oordeel al lijken aan te kondigen. Het contrasterende koor van religieuzen zingt daarentegen in eenvoudige maar pakkende koralen. Als Marguerites zang contrapuntisch samensmelt met het koor van religieuzen lijkt haar ziel vooralsnog gered te zijn. Maar de demonen laten haar niet los.

Dan zijn er de aria’s en liederen die Gounod van meeslepende melodieën voorziet, waarmee ze uitgroeiden tot iconische opera­momenten, gezongen door onder andere Faust, Méphistophélès, Siebel en Valentin, de broer van Marguerite. Over Marguerites juwelenaria ‘Ah! je ris de me voir si belle’ (Ik moet lachen om mijn schoonheid) zullen we voor deze ene keer geen flauwe grappen maken. Te meer omdat het in vocaal opzicht het virtuoze en briljante hoogtepunt van de opera is. Dit in tegenstelling tot haar ingetogen ballade ‘Le roi de Thulé’ (De koning van Thule) en het verontrustende ‘Il ne revient pas’ (Hij komt niet terug), wat Gounods versie van Gretchen am Spinnrade is. Bijzonder is eveneens de aria ‘Salut, demeure, chaste et pure’ (Ik groet u, kuise en zuivere woning) van Faust, die op dat moment de slaapkamer van Marguerite betreedt. Gounod zet hier een voix mixte in, waarbij zowel in de borststem als in de falsetstem wordt gezongen, de typische stijl van een ténor de demi-caractère. Ook de karakter-basbariton van Méphistophélès kenmerkt zich door wendbaarheid en ironische finesses.

Populariteit

Faust van Gounod was ongelooflijk succesvol. Zijn uitgever Choudens kon er decennialang van bestaan en het werk bleef lange tijd een blockbuster in de internationale operawereld. Was dit alleen een muzikaal en vocaal succes? Een deel van het antwoord op deze vraag ligt elders. Na de nogal libertijnse zeventiende en achttiende eeuw in de opera verwijderde rond de Franse revolutie het genre zich van het ‘discours van de lust’. Na die revolutie was men in Europa in een nogal victoriaanse cultuur terechtgekomen. Gounods persoonlijke strijd tussen contemplatie en driften illustreert dit emotionele probleem. Het verscheurde hem. De figuur van Faust, zoals Goethe hem interpreteerde, illustreerde eveneens die existentiële gespletenheid. In de opera verwoordt Faust het in een dialoog met Méphistophélès als volgt: ‘Dieu tout puissant! Comment ta main a-t-elle créé ce grossier mélange de boue et de feu?’ (Almachtige god! Hoe heeft uw hand zo’n brute mengeling van modder en vuur kunnen scheppen?).

Die psychische gespletenheid is één ding, de omgang met gevoelens van lust een ander. Met de Faustfiguur werd eveneens de seksualiteit herontdekt en gethematiseerd. Vlak voordat hij Marguerites slaapkamer betreedt en hoogdravend zingt over de kuise en zuivere woning, had Faust zijn bedoelingen al kenbaar gemaakt: ‘Je ne voulais que de rapides plaisirs’ (Ik wilde alleen maar snelle genoegens). Nu kan het zo zijn dat haar onschuld hem op andere gedachten heeft gebracht, maar Marguerite wordt toch zwanger, wordt vervolgens verdoemd en pas op het nippertje gered. Toen de componist later nadacht over een Faust II-opera, zei hij terugblikkend over zijn eerdere werk: ‘[Faust] heeft de beker van de vulgaire sensualiteit tot op de bodem leeggedronken.’ Met dit tweede deel wilde hij de zonden van het eerste goedmaken: ‘Laat mijn werk ten onder gaan, laat zelfs Faust ten onder gaan.’

Willem Bruls

Uitvoerenden

Stéphane Denève | dirigent

  • vaste gastdirigent Radio Filharmonisch Orkest (2023-)
  • music director St. Louis Symphony Orchestra, artistiek leider New World Symphony
  • affiniteit met muziek uit geboorteland Frankrijk
  • voorvechter van muziek uit de eenentwintigste eeuw
  • operaproducties in Covent Garden, Opéra National Parijs, Glyndebourne Festival, La Scala, Deutsche Oper Berlin, De Nationale Opera (o.a. Pelléas et Mélisande Holland Festival 2019)
  • studie: Conservatorium Parijs, begin carrière samenwerking met Sir Georg Solti, Georges Prêtre, Seiji Ozawa

Martin Wright | koordirigent

  • chef-dirigent Groot Omroepkoor 1993-2002
  • wereldpremières, Prinsengrachtconcerten, Meezingconcerten Radio Filharmonisch Orkest & Groot Omroepkoor
  • Chordirektor Staatsoper Berlin 2013-2023, eerder koorleider bij o.a. De Nationale Opera, Chicago Lyric Opera, de Nederlandse Reisopera
  • geboren in Idaho, eerder 25 jaar lang zanger, daarna masterclasses en repertoirecoach voor zangers

Pene Patti | tenor (Faust)

  • afkomstig van Samoa
  • dit seizoen titelrollen Les contes d’Hoffmann (Staatsoper Berlin), Werther (Opéra Comique & Raphäel Pichon), La clemenza di Tito (Opernhaus Zürich & Marc Minkowski), en Egdardo (Lucia di Lammermoor, La Scala)
  • Faust eerder bij Opéra national de Paris, Nemorino (L’elisir d’amore) ook daar en bij San Francisco Opera; Duca (Rigoletto) in Staatsoper Berlin, Verona en Metropolitan; Roméo (Roméo et Juliette) in San Francisco, Bordeaux en Opéra Comique, titelrol La damnation de Faust in Monte-Carlo, Alfredo (La traviata) in Staatsoper Berlin, Deutsche Oper Berlin en De Nationale Opera

Vannina Santoni | sopraan (Marguerite)

  • 2018 titelrol La traviata (Théâtre des Champs-Élysées)
  • dit seizoen Marguerite in Gounods Faust bij Opéra Royal de Versailles en Opéra de Tours, La Vierge in Honeggers Jeanne d’Arc au bûcher (Orchestre Philharmonique de Radio France), debuut Teatro dell’Opera di Roma (Gounods Roméo et Juliette/Juliette; eerder in La Scala)
  • eerder in Champs-Élysées: Blanche de la Force (Dialogues des Carmélites), titelrol Massenets Grisélidis, Debussy’s Mélisande; in Liceu Barcelona: Liu in Turandot

Anthony Robin Schneider | bas (Méphistophélès)

  • uit Oostenrijk en Nieuw-Zeeland
  • 2019-2024 verbonden aan Oper Frankfurt, waar hij rollen als Hercules (Händel), Heinrich (Lohengrin; ook bij De Nationale Opera), Bartolo (Le nozze di Figaro), Grootinquisiteur (Don Carlo) en Sparafucile (Rigoletto) zong
  • 2021-2024 Fafner (Das Rheingold, Siegfried) en Hunding (Die Walküre) in Brigitte Fassbaenders Ring in Erl
  • verder: Semperoper, Wiener Staatsoper, Houston Gand Opera, Wiener Staatsoper, Santa Fe Opera,Komische Oper Berlin

Florian Sempey | bariton (Valentin)

  • studeerde in Bordeaux
  • vorig seizoen Opéra de Monte-Carlo (Marcello in La bohème, L’enfant et les sortilèges en L’heure espagnole, Zürich (Malatesta in Don Pasquale), Santa Fe (Conte in Le nozze di Figaro), Opéra de Paris (Valentin in Gounods Faust), Théâtre des Champs-Elysées (titelrol Don Giovanni) en Festival Aix-en-Provence (Zurga in Les pêcheurs de perles)
  • dit seizoen Ford in Falstaff (Marseille, zijn eerste Verdi), Valentin (Valencia en Bayerische Staatsoper) en Joseph in L’enfance du Christ in het AVROTROS Vrijdagconcert

Nina van Essen | (mezzosopraan) Bianca

  • Nederlandse mezzosopraan, was 2019-2024 verbonden aan Staats­oper Hannover
  • in het voorbije seizoen o.a. Siebel (Gounods Faust) en Hermia (Brittens Middsummer night’s dream)
  • eerste prijs én prijs voor beste vrouwenstem op het Concorso Lirico Internazionale di Portofino 2023
  • optredens in La Scala, Théâtre des Champs-Élysées, De Nationale Opera en Theater an der Wien

Sylvie Brunet-Grupposo | mezzosopraan (Marthe)

  • Française, debuut met titelrol in Iphigénie en Tauride (La Scala, Riccardo Muti)
  • dit seizoen Madame de Croissy in Dialogues des Carmélites (Wiener Staatsoper, Teatro Regio Torino)
  • optredens in Parijs, Lyon, Festival d’Aix-en-Provence, Genève, Brussel, München, Frankfurt, San Francisco, Tokyo en Madrid
  • werkte samen met dirigenten als Antonio Pappano, Kent Nagano, Marc Minkowski en Esa-Pekka Salonen

Michael Wilmering | bariton (Wagner)

  • debuteerde dit seizoen in De Munt in Ali van Grey Filastine
  • dit seizoen ook Macheath in Die Dreigroschenoper (Opera Zuid) en Seven in Philip Venables’ We Are the Lucky Ones (Ruhrtriennale)
  • vorig seizoen Lieder eines fahrenden Gesellen (Staats­oper Stuttgart), Winterreise (Slot Zeist) en Der Einäugige in Die Frau ohne Schatten (De Nationale Opera)
  • bij DNO eerder d’Obigny (La traviata), Le Dancaïre (Carmen), en Denis in Venables’ Denis & Katya, bij Opera Zuid Papageno (Die Zauberflöte) en Junior (A quiet place)

Radio Filharmonisch Orkest

  • opgericht in 1945 door Albert van Raalte
  • treedt vooral op in de omroepseries NTR ZaterdagMatinee en AVROTROS Vrijdagconcert
  • chef-dirigent sinds 2019: Karina Canellakis
  • haar voorgangers o.a. Paul van Kempen, Bernard Haitink, Jean Fournet, Hans Vonk, Edo de Waart, Jaap van Zweden en Markus Stenz
  • vaste gastdirigent sinds 2023: Stéphane Denève

 

Groot Omroepkoor

  • zingt koorpartijen in opera’s, oratoria en cantates in de concertseries van de Nederlandse Publieke Omroep, en a cappella
  • werkt samen met het Radio Filharmonisch Orkest en Koninklijk Concertgebouworkest.
  • eerste officiële chef-dirigent Kenneth Montgomery
  • chef-dirigent sinds 2020: Benjamin Goodson
  • opgericht in 1945

 

Gerelateerde concerten

Steun

Word Vriend van de Matinee

Als trouwe bezoekers willen wij een bijdrage leveren aan het in stand houden van het unieke karakter en de hoge kwaliteit van de ZaterdagMatinee. Daarom: word Vriend of Genoot van de Matinee

Word Vriend of Genoot van de Matinee

Blijf op de hoogte!

Meld je aan voor de nieuwsbrief.