Video overzicht

Giordano's Fedora terug op het podium
Fedora

  • zaterdag 11 september 2021
  • Radio Filharmonisch Orkest & Groot Omroepkoor o.l.v. Giampaolo Bisanti

Umberto Giordano’s Fedora

Toneelschrijver Victorien Sardou was in de laatste decennia van de negentiende eeuw extreem succesvol met zijn pièces bien faites, spannende stukken waarin de handeling zich op strikt logische wijze tot een tragische of komische ontknoping ontvouwt. Zijn populariteit dankte Sardou bovendien grotendeels aan Sarah Bernhardt, de wereldberoemde tragédienne die maar al te graag zijn stukken speelde. In de jaren tachtig schreef Sardou zelfs enkele volledig op Bernhard toegesneden werken. Dankzij Puccini kennen we daarvan vooral nog La Tosca (1887). Sardou en Bernhardt beten echter het spits af met Fédora (1882), een verhaal over een Russische gravin die, ingegeven door een fataal misverstand, ongewild het leven van haar geliefde ruïneert om haar doodgeschoten echtgenoot te wreken. Fédora werd een wereldwijd succes, zodanig dat de deukhoed waarmee Bernhardt zich in het stuk als man vermomt, als ‘Fedora’ een zeer populair vrouwenmode-object werd.

In 1885 ontving Sardou een brief van een achttienjarige, nog volslagen onbekende student aan het conservatorium van Napels, met het verzoek Fédora als operalibretto mogen te gebruiken. Sardous veelzeggende reactie was: “On verra plus tard” – dat zullen we nog weleens zien! Hij verwachtte met zijn successtuk ongetwijfeld een grotere vis te kunnen vangen, maar de student zelf gaf de hoop voorlopig nog niet op.

De geboorte van een rage

Deze student was Umberto Giordano, geboren in Foggia in Zuid-Italië, die uiteindelijk zou uitgroeien tot een van de belangrijkste laureaten van de zogenoemde giovane scuola die de Italiaanse opera met verismo-werken weer op de kaart zou zetten. Net als veel van zijn ‘klasgenoten’ zette Giordano zijn eerste schreden in de operawereld onder de hoede van de invloedrijke uitgever Edoardo Sonzogno. Om met het gevestigde Casa Ricordi te kunnen wedijveren en de Italiaanse opera een impuls te geven, besloot Sonzogno een infrastructuur te creëren waarin een nieuw operatype kon gedijen. Deze verismo-opera diende compact en explosief te zijn, met waarachtige verhalen over het rauwe leven van gewone mensen. Sonzogno schreef prijswedstrijden uit, kocht theaters om zijn opera’s te kunnen laten uitvoeren, gebruikte de door hem uitgegeven kranten en tijdschriften om het publiek met het genre vertrouwd te maken en organiseerde internationale tournees om zijn componisten ook over de grens bekend te maken. Uiteraard waren al deze inspanningen tevergeefs geweest wanneer het publiek er niet op had zitten wachten, maar Sonzogno voelde de tijd uitstekend aan. Binnen korte tijd groeide de verismo-opera uit tot een rage, zowel binnen als buiten Italië.

Dat stormachtige succes kwam vooral door Cavalleria rusticana, de opera waarmee Pietro Mascagni in 1889 Sonzogno’s operacompetitie won, en die in 1890 tijdens de première in Rome een sensatie teweeg gebracht. Giordano had in diezelfde competitie een zesde prijs gewonnen met zijn eerste opera Marina. Die plek leverde weliswaar geen uitvoering op, maar Sonzogno herkende wel Giordano’s talent en bood hem een beurs van een jaar aan om een nieuwe opera te schrijven. Het resultaat was Mala vita, waarin een arme schilder de Heilige Maria belooft een prostituee te trouwen en tot eervolle vrouw te maken, in ruil voor genezing van de tuberculose waaraan hij lijdt. Hij kan echter geen afscheid nemen van zijn maîtresse en verlaat zijn verloofde Cristina, waarna zij in de slotscène terugkeert naar het bordeel waar ze werkte. In vergelijking tot Mascagni’s Cavalleria is Mala vita nog vele malen rauwer en meedogenlozer; een portret van de zelfkant van de maatschappij waarin elke moraal ontbreekt.

De première in 1892 in Rome werd een groot succes, maar in Napels – waar de handeling zich ook afspeelt – werd de opera afgewezen als zijnde te vulgair. Naar aanleiding van de Weense première schreef de beroemde criticus Eduard Hanslick dat Mala vita “even fascinerend als walgelijk” is. Na enkele jaren verdween de opera van het repertoire, en Giordano’s ietwat gekuiste bewerking Il voto mocht ook niet meer baten. Toch toont Mala vita in elementaire vorm al Giordano’s muziekdramatische kwaliteiten. Het werk heeft een enorme vaart, zit vol contrasten, toont hoe de persoonlijke sfeer voortdurend door een ‘spionerende’ publieke sfeer bedreigd wordt, en bewijst bovenal hoe trefzeker Giordano abrupte wendingen in het verhaal en wisselende emoties van de hoofdpersonen muzikaal gestalte kan geven.

Toestemming voor Fedora

Ook Sonzogno was enthousiast en bood Giordano de middelen om opnieuw een opera te schrijven. Giordano koos een verhaal dat Donizetti een halve eeuw eerder voor zijn Maria di Rohan (1843) had gebruikt. Het eindresultaat, Regina Diaz (1894), was een historisch melodramma vol conventionele nummers en maakte daardoor een uiterst gedateerde indruk. Na twee uitvoeringen werd het stuk al uit het repertoire genomen, en Sonzogno trok zijn handen van Giordano af. Op zoek naar een uitweg uit deze impasse nam de componist opnieuw contact met Sardou op, in de hoop dat die hem nu wel de rechten voor Fédora zou willen verlenen. De toneelschrijver was nog altijd niet erg onder de indruk van Giordano’s staat van dienst en vroeg dit keer een exorbitante prijs. Zonder steun van Sonzogno kon Giordano dat bedrag onmogelijk ophoesten.

Gelukkig kwam er hulp uit onverwachte hoek. Collega-componist Alberto Franchetti had met Giordano te doen en bood hem voor een vriendenprijsje de rechten op Luigi Illica’s Andrea Chénier-libretto. Sonzogno was onder de indruk van het scenario en nam zijn verloren zoon in genade aan. Andrea Chénier zou Giordano’s definitieve doorbraak blijken. Bijzonder aan dit heroïsche liefdesverhaal ten tijde van de Franse Revolutie is het filmische karakter van het stuk, dat door Giordano’s ingenieuze muzikale montage wordt geïntensiveerd. In vergelijking tot bijvoorbeeld Mala vita bevat de opera meerdere lyrische hoogtepunten, maar deze zijn stuk voor stuk zodanig dramatisch ingebed, dat ze het razende tempo van de handeling nergens ondermijnen. Het enorme succes van Andrea Chénier zorgde ervoor dat Giordano bij zijn derde poging eindelijk toestemming van Sardou kreeg voor zijn felbegeerde Fédora-opera, voor een redelijk bedrag bovendien.

Liefde voor de moordenaar

Illica was een geschikte partner gebleken, maar werkte inmiddels ook aan Puccini’s Tosca en Mascagni’s Iris. Het was maar de vraag hoeveel tijd hij over zou hebben voor Giordano. Die besloot daarom Sardous tekst door Arturo Collauti te laten omwerken tot een libretto.

Kenmerkend voor Sardous toneelstuk, dat haast een gedramatiseerd politieverhoor is, zijn de vele feitelijke details in de dialogen. Collega-toneelschrijver George Bernard Shaw stelde in 1895 smalend dat in Fédora “het doek telkens opnieuw opgaat om details te bespreken die in een toneelstuk in het geheel niet ter zake doen”. In de operaversie werden veel van deze ‘randzaken’ weggelaten, waardoor het verhaal vaart krijgt en de nadruk veel meer op de liefdesgeschiedenis van Fedora en Loris komt te liggen. Bovendien brachten Giordano en Collauti het aantal aktes terug van vier naar drie, en werd de slotakte naar Zwitserland verplaatst. Daarmee voegden ze een extra couleur locale toe, en bovendien een idyllische plek waar de geliefden samen gelukkig kunnen zijn, al wordt die idylle uiteindelijk opnieuw wreed verstoord. Interessant aan het verhaal van Fedora (in de Italiaanse opera verdween de accent aigu) zijn de parallellen met Wagners Tristan und Isolde. In beide opera’s krijgt de vrouw een kans de dood van haar geliefde te wreken, maar valt ze op het moment suprême voor de moordenaar, waarna zich een tragische liefdesgeschiedenis ontvouwt. Waar Wagner het drama een handje helpt met een liefdesdrank, is de drijvende kracht van Fedora dat beide geliefden slechts gedeeltelijk weten hoe de vork in de steel zit, terwijl het publiek wel op de hoogte is en de onvermijdelijke catastrofe kan zien aankomen. Loris weet immers niet dat Fedora de weduwe is van de man die hij gedood heeft, en dus ook niet dat zij uit is op persoonlijke wraak. Fedora’s overhaaste aanklacht tegen Loris, verstuurd vóórdat hij de kans heeft gehad zijn onschuld te bewijzen, wordt hen uiteindelijk beiden fataal. Fedora’s belofte de dood van Vladimiro te wreken – vóórdat ze weet dat deze haar bedroog en slechts uit was op haar vermogen – richt haar uiteindelijk zelf te gronde.

Hart van de opera

Doordat de nadruk in de opera meer op de twee geliefden komt te liggen, kan Giordano uitpakken met meeslepende lyrische passages, waarvan Loris’ aria ‘Amor ti vieta’ (de liefde verbiedt je om niet van me te houden) uit de tweede akte de beroemdste is. Tijdens de première in het Teatro Lirico in Milaan zorgde deze aria – gezongen door een nog relatief jonge en onbekende Enrico Caruso – voor een kentering in de tot dan toe tamelijk lauwe reactie van het publiek. ‘Amor ti vieta’ is sowieso het motto van de opera. In het meesterlijke intermezzo van de tweede akte horen we in het orkest hoe Fedora’s wraakmotief en de melodie van ‘Amor ti vieta’ met elkaar versmelten, op het moment dat Fedora de fatale brief schrijft waarin ze beweert dat Loris de moord op Vladimiro bekend heeft, en aanstuurt op zijn arrestatie. Het orkest lijkt de titelheldin te waarschuwen, maar zoals zo vaak is dat commentaar aan dovemansoren gericht. Waar liefde en plicht in het orkest schitterend versmelten, zullen ze in het verhaal voor een pijnlijke ontknoping zorgen.

Bijzonder, en tegelijkertijd typerend voor Giordano’s dramaturgie, is de geraffineerde wijze waarop de oppervlakkige bezigheden van de verveelde beau monde een wrang contrast vormen met de intense, op het scherp van de snede bevochten liefdesperikelen van Fedora en Loris. Tijdens de receptie in het eerste deel van de tweede akte ontfutselt Fedora Loris’ bekentenis in een fluistergesprek terwijl de overige gasten naar het gepingel van salonpianist Lazinski luisteren, en de noodlottige berichten in de derde akte komen binnen tegen de achtergrond van Olga’s lege geflirt met De Siriex. In dit soort scènes schakelt Giordano moeiteloos tussen parlando, lyriek en het voor verismo typerende parlar forte, wat de conversaties een heel natuurlijke, ‘realistisch’ te noemen flow geeft. Pas in het tweede deel van de tweede akte, wanneer Fedora en Loris eindelijk alleen zijn, kunnen ze hun passie de vrije loop laten. Dat liefdesduet is ontegenzeggelijk het hart van de opera.

Voor grote zangers

In de eerste jaren na de première was Fedora uiterst succesvol, maar geleidelijk verdween het stuk uit het repertoire. Waar dit vlotte detectiveverhaal in een setting met geheime agenten rond 1900 vernieuwend en fascinerend was, werd de opera gaandeweg enigszins ingehaald door detectiveverhalen in andere media, zoals de film. Toch valt bij beluistering op hoe geraffineerd en effectief Giordano’s muziek het verhaal vertelt, en hoe hij de op het eerste oog wat melodramatische liefdesgeschiedenis met zijn melodieën toch weet te bezielen en veredelen. Bovendien is dit bij uitstek een werk voor grote zangers. Sardou schreef het voor de grootste tragédienne van zijn tijd, en Giordano’s opera biedt de zangers, en in het bijzonder de titelheldin, alle ruimte om te schitteren. Daarom mogen we ons erover verheugen dat Giordano’s opera ben fatta in de NTR ZaterdagMatinee te horen zal zijn.

Kasper van Kooten

Uitvoerenden

Giampaolo Bisanti

Giampaolo Maria Bisanti studeerde directie, klarinet, piano en compositie aan het Giuseppe Verdi-Conservatorium in zijn geboortestad Milaan. In 2017 werd hij benoemd tot chef-dirigent van het Teatro Petruzzelli in Bari, Italië. Bisanti vestigde in 2015 de internationale aandacht op zich met uitvoeringen van La bohème (Oper Zürich) en Macbeth (Liceu, Barcelona). Daarna kwamen uitnodigingen van onder andere de Semperoper Dresden, de Deutsche Oper Berlin, de Wiener Staatsoper, het Festival Peralada en het Nieuwe Nationale Theater in Tokio. In 2019 keerde hij terug naar Barcelona voor Madama Butterfly, dirigeerde Un ballo in maschera, Rigoletto en La traviata in Wenen en debuteerde aan de Bayerische Staats­oper in München met La bohème en het Théâtre du Capitole de Toulouse met Norma. In 2020 kwam zijn debuut bij de Staatsoper Hamburg (La traviata), dit jaar gevolgd door Lucia di Lammermoor.

 

Klaas-Jan de Groot

Klaas-Jan de Groot, ooit jongenssopraan in het Kampen Boys Choir, studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en het Royal Welsh College of Music & Drama in Cardiff. Vanaf 2016 werkte hij bij De Nationale Opera, waar hij het koor voor verschillende producties voorbereidde. Bij Opera Zuid werkte hij als repetitor, koordirigent en assistent-dirigent en dirigeerde hij Un ballo in maschera en Fantasio (Offenbach). In 2018 en 2019 was hij assistant-koordirigent bij de Bayreuther Festspiele (Der fliegende Holländer, Tannhäuser, Lohengrin, Tristan und Isolde, Die Meistersinger en Parsifal). Bij het Orkest van de Achttiende Eeuw was hij assistent-dirigent voor een semiscenische opvoering van Don Giovanni. In 2020 werd hem de beurs van het Kersjes Fonds toegekend.

Eerder in de Matinee: Verdi Nabucco (2019), Rossini Semiramide (2020), Mascagni Il piccolo Marat (2020), JanáčekJenůfa (2021)

 

Lianna Haroutounian | Fedora Romazov

De Armeense sopraan Lianna Haroutounian studeerde aan het Conservatorium van Yerevan en het Centre de Formation Lyrique de l’Opéra-Bastille. Haar internationale carrière maakte een vliegende start met haar debuut in Royal Opera House Covent Garden, waar ze inviel als Elisabeth de Valois (Don Carlos) onder dirigent Antonio Pappano. Ze zong er ook Hélène (Les vêpres siciliennes), een rol die ze tevens vertolkte in de Oper Frankfurt en de Nationale Griekse Opera. Ze debuteerde als Elisabeth in Opernhaus Zürich, zong Desdemona (Otello) in Sydney Opera House en Teatro Real Madrid, en Tosca in de San Francisco Opera en Malmö Opera. Ze debuteerde in de New Yorkse Met als Elisabeth de Valois en keerde terug naar Covent Garden als Mimì (La bohème) en Leonora (Il trovatore), zong Amelia (Un ballo in maschera) in Bern en Amelia (Simon Boccanegra) in de Met. Als Cio-Cio-San (Madama Butterfly) was ze o.a. te zien in de Staatsoper Hamburg, Gran Teatre del Liceu, de Wiener Staats­oper en de Lyric Opera of Chicago.

Eerder in de Matinee: Puccini Madama Butterfly (Cio-Cio-San, 2016), Verdi Simon Boccanegra (Maria, 2017)

Luciano Ganci | Loris Ipanov

Tenor Luciano Ganci studeerde aan het Conservatorium en de Universiteit van Rome en brak internationaal door met zijn vertolking van Alfredo Germont (La traviata) in het Salzburger Landestheater, een rol die hij later ook zou zingen in het Moskouse Bolsjoj en in Teatro Verdi di Trieste. Hij was als Pinkerton (Madama Butterfly) o.a. te zien in de Griekse Nationale Opera, Teatro Comunale di Bologna en Teatro di San Carlo in Napels, stond als Cavaradossi (Tosca) in de Oper Graz en Teatro Comunale Modena, en als Radamès (Aida) in het Gran Teatre del Liceu in Barcelona. Op zijn repertoire staan tevens rollen als Rodolfo (La bohème, o.m. bij Opera Ballet Vlaanderen), de titelrol in Giordano’s Andrea Chénier, Don Alvaro (La forza del destino) en Malatestino dall’Occhio in Zandonais Francesca da Rimini, een rol die hij zong in Teatro alla Scala in Milaan. Onlangs debuteerde hij in de titelrol van Don Carlo in het New National Theatre Tokyo. Ganci werkte met dirigenten als Daniel Oren, Daniele Rustioni en Valeri Gergiev.

Valentina Mastrangelo | Olga Sukarev

Sopraan Valentina Mastrangelo studeerde aan het Conservatorium van Salerno en maakte haar debuut in het Teatro Regio di Torino als Musetta in Puccini’s La bohème – een rol die ze later ook zou vertolken in het Teatro di San Carlo in Napels, in Theater Basel en in Teatro Comunale di Bologna. Ze was te zien als Susanna (Mozarts Le nozze di Figaro) in de Dubai Opera en in Teatro del Maggio Musicale Fiorentino, als Donna Anna (Don Giovanni) in Teatro La Fenice in Venetië, als Tatjana (Tsjaikovski’s Jevgeni Onegin) in Teatro Verdi di Trieste en als Pamina (Die Zauberflöte) in Teatro Municipale Giuseppe Verdi in Salerno. Op haar repertoire staan tevens rollen als Desdemona (Verdi’s Otello, Teatru Manoel Malta), Micaëla (Carmen, Macerata Opera Festival) en Hanna Glawari (Lehárs Die lustige Witwe, Teatro Verdi di Trieste). Met hoogtepunten uit Donizetti’s La favorita stond ze begin dit jaar in de Brusselse Munt. Mastrangelo werkte met dirigenten als Asher Fisch, Kristiina Poska en Gabriele Ferro.

Franco Vassallo | De Siriex

De Italiaanse bariton Franco Vassallo studeerde in Milaan en heeft zich in de loop der jaren met name op het Italiaanse repertoire toegelegd. Zo zong hij Donizetti’s La favorite in de Wiener Staatsoper en L’elisir d’amore in de New Yorkse Met, waar hij ook te zien was als Ford (Falstaff) en Il conte di Luna (Il trovatore). Hij debuteerde als Scarpia (Tosca) in de Staatsoper Hamburg, zong Germont (La traviata) in ROH Covent Garden, Amonasro (Aida) in de Wiener Staatsoper en Macbeth in de Milanese Scala en de Bayerische Staatsoper, waar hij tevens rollen vertolkte als Rodrigo (Don Carlos), Figaro (Il barbiere di Siviglia) en Don Alfonso (Lucrezia Borgia). In Opernhaus Zürich stond hij met Edita Gruberová in de zelden uitgevoerde Bellini-opera La straniera. Hij was in La forza del destino te zien bij De Nationale Opera, zong Iago (Otello) in de Staats­oper Hamburg, sir Riccardo Forth (I Puritani) in de Deutsche Oper Berlin, Rigoletto in de Staatsoper Hamburg en Barnaba (La gioconda) in de Brusselse Munt.

Eerder in de Matinee: Puccini Manon Lescaut (Lescaut, 2004), Verdi Nabucco (Nabucco, 2019)

Marcel Beekman | Rouvel

De Nederlandse tenor Marcel Beekman studeerde aan het Conservatorium in Zwolle en bij Margreet Honig. Hij brak internationaal door in de titelrol van Rameaus Platée in de befaamde Robert Carsen-productie in Theater an der Wien, die onlangs werd hernomen in Teatre del Liceu onder de baton van William Christie. Hij stond tijdens de Salzburger Festspiele in Monteverdi’s L’incoronazione di Poppea, eveneens met Christie, en als Aristée/Pluton in Offenbachs Orphée aux enfers. Hij vertolkte de rol van Nodrice in Sacrati’s La finta pazza in de Opéra Royal de Versailles, zong Vorst Nilsky in Prokofjevs De Speler bij De Nationale Opera, was in het Grand Théâtre de Luxembourg te zien als Tanzmeister in Adriadne auf Naxos en stond tijdens de recente Ruhrtriennale als Robert/Schäfer/Schafbock in Bäh­lamms Fest met Ensemble Modern. Op zijn repertoire staan tevens rollen als Mime (Wagners Ring des Nibelungen) en Hauptmann (Wozzeck). Beekman werkte met dirigenten als Sir Simon Rattle, Reinbert de Leeuw, Iván Fischer en Ed Spanjaard.

Eerder in de Matinee: o.a. Gebel Der leidende, sterbende und begrabene Jesus (2007), Martin Der Sturm (Adrian, 2008), Stravinsky Canticum Sacrum (2009), Rameau Les Indes galantes (Damon/Valère, 2010), Stravinsky Les noces (2010), Strauss Salome (1. Jude, 2011), Glanert Caligula (Mucius, 2013), L. Boulanger Du fond de l’abîme (2018)

Linard Vrielink | Desiré

De Nederlandse tenor Linard Vrielink studeerde aan de Universität der Künste in Berlijn en trad na zijn studie toe tot Opernstudio van de Staatsoper aldaar, waar hij met dirigenten werkte als Daniel Barenboim, Marc Minkowski en Zubin Mehta. Tijdens het recente Festival d’Aix-en-Provence vertolkte hij de rol van Seemann/Hirt in Tristan und Isolde in een enscenering van Simon Stone, onder de baton van Sir Simon Rattle. Hij was als Don Basilio (Le nozze di Figaro) te zien in de Staatsoper Hamburg, zong Oronte in Händels Alcina tijdens het festival Kammeroper Schloss Rheinsberg, Almaviva (Rossini’s Il barbiere di Siviglia) tijdens de Bregenzer Festspiele en Scaramuccio (Ariadne auf Naxos) in de Staatsoper Berlin. Hij is ook als concertzanger actief; zo vertolkte hij Beethovens Negende bij het Noord Nederlands Orkest, Schuberts Stabat Mater en Beethovens Mis in C met Thomas Hengelbrock en het Balthasar-Neumann-Ensemble en Bachs Hohe Messe onder de baton van Ivor Bolton met het Balthasar-Neumann-Ensemble.

Jasper Leever | Gretch

De Nederlandse bas Jasper Leever studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en behaalde zijn master aan de Dutch National Opera Academy, waar hij o.a. te zien was als Il commendatore (Don Giovanni), Pandolfe (Massenets Cendrillon), Tarquinius (Brittens The rape of Lucretia) en Don Alfonso (Così fan tutte). Hij stond in de serie Grote Zangers in het Muziekgebouw aan ’t IJ, trad aan tijdens het Verbier Festival en het International Bach Festival Gran Canaria, en zong in de ‘pocketversie’ van La bohème bij de Nederlandse Reisopera. Als lid van de Opernstudio van het Staatstheater Stuttgart was hij te zien als Il conte di Ceprano (Rigoletto), Fiorello (Il barbiere di Siviglia), Naroemov (Tsjaikovski’s Schoppenvrouw), Buff (Mozarts Der Schauspieldirektor), Colline (La bohème) en Dottore Grenvil (La traviata). Sinds kort maakt hij deel uit van het ensemble van de Staatsoper Stuttgart, waar hij te zien was als L’arbre/Fauteuil in Ravels L’enfant et les sortilèges en als Masetto in Don Giovanni.

Eerder in de Matinee: Verdi Nabucco (Il gran sacerdote, 2019), Mascagni Il piccolo Marat (La spia, 2020)

Frederik Bergman | Cirillo

Bas-bariton Frederik Bergman studeerde aan het Conservatorium in Tilburg en maakt momenteel deel uit van de Dutch National Opera Studio. Hij maakte zijn debuut als Abraham in James MacMillans Clemency bij De Nationale Opera, waar hij ook de rol vertolkte van Hermann in Offenbachs Les contes d’Hoffmann en Le berger in Pelléas et Mélisande in een regie van Olivier Py. Hij was te zien als Geharnischter in Die Zauberflöte bij Opera Zuid en als Alcindoro in een ingekorte versie van Puccini’s La bohème bij De Nederlandse Reisopera, en zong Acciano in Verdi’s I Lombardi met het Rotterdams Operakoor in De Doelen. Onlangs stond hij in de online-wereldpremière van Willem Jeths’ Ritratto bij De Nationale Opera. Bergman is ook als concert- en oratoriumzanger actief; op zijn repertoire staan werken als Bachs Johannes-Passion, Beethovens Negende symfonie, Mozarts Requiem en Bruckners Requiem en Te Deum.

Eerder in de Matinee: Janáček Jenůfa (Stárek, 2021)

Martijn Sanders | Borov

De Nederlandse bas-bariton Martijn Sanders studeerde aan het Utrechts Conservatorium en in Wenen. Hij debuteerde als Papageno (Die Zauberflöte) tijdens de Wiener Mozart Woche in het Schlosstheater Schönbrunn, gevolgd door een debuut als Dandini in Rossini’s La cenerentola tijdens het festival Kammeroper Schloss Rheinsberg. Hij was bij Opera Zuid te zien als Popolani (Offenbachs Barbe-Bleue), Figaro (Le nozze di Figaro), Papageno, Tonio (Pagliacci), Sagrestano (Tosca) en Escamillo (Carmen). Bij De Nationale Opera vertolkte hij de rol van Zweiter Senator in Schrekers Die Gezeichneten, en hij zong bij de Nederlandse Reisopera Patrocles in Michael Tippets King Priam en Colline in de ‘pocketversie’ van La bohème. In Theater Aachen was hij te zien als Fra Melitone (La forza del destino) en Marchese d’Obigny (La traviata). Sanders is ook actief als Lied- en concertzanger en zong o.a. bij de philharmonie zuidnederland Berlioz’ L’enfance du Christ en bij het Nederlands Philharmonisch Orkest Debussy’s La chute de la maison Usher.

Eerder in de Matinee: Delius A village Romeo and Juliet (Shooting-gallery man etc., 2018), Schreker Die Gezeichneten (3. Senator / 1. Jüngling, 2019)

Esther Kuiper | Dimitri

De Nederlandse mezzo Esther Kuiper studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam en was finaliste van de 50ste International Vocal Competition in ’s Hertogenbosch. Ze was te zien als La contessa di Ceprano (Rigoletto) bij De Nationale Opera, als Dritte Dame (Die Zauberflöte) in de Brusselse Munt, als Mrs. Segstrom in Sondheims A Little Night Music bij De Nederlandse Reisopera en als Sofia in Monique Krüs’ The Tsar, his wife, her lover and his head tijdens het Peter de Grote Festival Groningen en het Grachtenfestival Amsterdam. Bij Muziektheater Transparant werkte ze mee aan Solitude, een operaproductie met muziek van Purcell. Kuiper is ook actief als concert- en oratoriumzangeres en heeft werken op haar repertoire staan als de Matthäus- en Johannes-Passion, het Weihnachtsoratorium, Messiah, Pergolesi’sStabat Mater en Mozarts en Verdi’s Requiem.

Eerder in de Matinee: Wagner Die Walküre (Waltraute, 2019), Janáček Jenůfa (Pastuchiňa/Barena, 2021)

Wiebe-Pier | Cnossen Lorek

Bariton Wiebe-Pier Cnossen studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en zwaaide in 2003 als Papageno (Die Zauberflöte) summa cum laude af aan de masteropleiding opera van de Dutch National Opera Academy. Hij volgde masterclasses bij o.a. Christina Deutekom, John Bröcheler en Ian Bostridge. Bij Holland Opera vertolkte hij de rol van Charon in Chiel Meijerings Styx en hij was bij de Nederlandse Reisopera te zien als Marchese d’Obigny in La traviata. Op zijn repertoire staan tevens rollen als Escamilio/Dancaïro in Bizets Carmen, de titelrol in Verdi’s Macbeth, Alfio (Cavalleria rusticana), Zurga (Les pêcheurs de perles) en Don Pizarro in Fidelio (onder meer met het Orkest van de Achttiende Eeuw). Ook werkte hij mee aan de wereldpremière van Klaas de Vries’ Wake bij de Nederlandse Reisopera en aan 8 songs for a Mad King van Peter Maxwell Davies bij Opera2day. Cnossen is ook actief als concert- en oratoriumzanger en is docent aan het Conservatorium van Amsterdam.

Eerder in de Matinee: Schreker Die Gezeichneten (Freund / Diener / Ein riesiger Bürger, 2019)

 

Tibbe Alkemade | Un piccolo savoiardo

Tibbe Alkemade (*2006) is een altus uit de Solistenklas van het Nationaal Jongenskoor. Het Nationaal Jongenskoor staat onder leiding van sopraan Irene Verburg en wordt georganiseerd door stichting Vocaal Talent Nederland. Het Nationaal Jongenskoor werkte onder andere mee aan Mahlers Achtste symfonie en Strauss’ Die Frau ohne Schatten onder leiding van Yannick Nézet-Séguin, Brittens War Requiem onder Bas Wiegers en Bachs Matthäus-Passion onder Iván Fischer. Tibbe deed zodoende op jonge leeftijd veel ervaring op bij operaproducties, in concerten en oratoria, ook als solist. Zeven jongenssopranen uit het Nationaal Jongenskoor, onder wie Tibbe, zongen in de Hollandfestivalproductie Aus Licht van Stockhausen. Tibbe was ook een van de vier jongenssolisten in Schumanns Szenen aus Goethes Faust met het Radio Filharmonisch Orkest en Markus Stenz (juni 2019), en later dat jaar met Het Koninklijk Concertgebouworkest en Sir John Eliot Gardiner. Op televisie was hij als solist te zien in de serie ‘Jonge helden’ bij Podium Witteman en bij het Koningsconcert.

Radio Filharmonisch Orkest

Radio Filharmonisch Orkest

  • opgericht in 1945 door Albert van Raalte
  • treedt vooral op in de omroepseries NTR ZaterdagMatinee en AVROTROS Vrijdagconcert
  • chef-dirigent sinds 2019: Karina Canellakis
  • haar voorgangers o.a. Paul van Kempen, Bernard Haitink, Jean Fournet, Hans Vonk, Edo de Waart, Jaap van Zweden en Markus Stenz
  • vaste gastdirigent sinds 2023: Stéphane Denève

 

 

Groot Omroepkoor

  • zingt koorpartijen in opera’s, oratoria en cantates in de concertseries van de Nederlandse Publieke Omroep, en a cappella
  • werkt samen met het Radio Filharmonisch Orkest en Koninklijk Concertgebouworkest.
  • eerste officiële chef-dirigent Kenneth Montgomery
  • chef-dirigent sinds 2020: Benjamin Goodson
  • opgericht in 1945

 

Orkestbezetting

Dirigent

Vasily Petrenko

Eerste viool

Joris van Rijn
Dimiter Tchernookov
Alexander Baev
Fred Gaasterland
Roswitha Devrient
Maria del Mar Escarabajal Baadenhuijsen
Mariska Godwaldt
Josje ter Haar
Masha Iakovleva
Kerstin Kendler
Leonie Mensink
Pedja Milosavljevic
Stella Zake
Philip Dingenen
Iina Laasio
Ana Nedobora Ivanova

Tweede viool

Casper Bleumers
Matthijs van der Wel
Sarah Loerkens
Esther de Bruijn
Esther Kövy
Dana Mihailescu
Renate van Riel
Alexander van den Tol
Nika Toskan
Nina de Waal
Casper Donker
Anne van Eck
Romina Engel
Hannah Solveig Gramss

Altviool

Francien Schatborn
Huub Beckers
Arjan Wildschut
Sabine Duch
Marije Helder
Annemijn den Herder
Annemarie Konijnenburg
Javier Rodas Sanchez
Lotte de Vries
Ewa Wagner
Francesca Wiersma
Lorenzo Titolo Duchini

Cello

Michael Stirling

Eveline Kraayenhof

Harm Bakker

Winnyfred Beldman

Mirjam Bosma

Crit Coenegracht

Anneke Janssen

Ansfried Plat

Rebecca Smit

Arjen Uittenbogaard

Contrabas

Wilmar de Visser
Servaas Jessen
Annika Pigorsch
Jim Schultz
Sjeng Schupp
Ella Stenstedt
Stephan Wienjus
Eduard Zlatkin

Fluit

Ingrid Geerlings
Maike Grobbenhaar
Susana Lopes Ferreira
Luna Vigni
Wendy Vo Cong Tri
Erica Vogel

Hobo

Hans Wolters
Yvonne Wolters
Gerard van Andel
Victoria Torres Restrepo

Klarinet

Frank van den Brink
Arjan Woudenberg
Esther Misbeek
Diede Brantjes
Sergio Hamerslag
Marco Danesi

Fagot

Hajime Konoe
Jos Lammerse
Birgit Strahl
Marlene Schwärzler

Hoorn

Toine Martens
Fréderick Franssen
Margreet Mulder
Rebecca Grannetia
Sander van Dijk
Amy Geurtjens
Camiel Lemmens
Laurens Otto

Trompet

Hans van Loenen
Raymond Rook
Johan Verheij
Bob Koertshuis

Trombone

Niels Jacobs
Tim Ouwejan
Pelle van Esch

Tuba

Bernard Beniers

Ries Schellekens

Pauken

Paul Jussen
Mark Haeldermans

Slagwerk

Hans Zonderop
Vincent Cox
Esther Doornink
Goncalo Dias Martins
Jennifer Heins
René Oussoren
Arjan Roos

Harp

Veronique Serpenti

Marianne Smit

Piano & celesta

Stephan Kiefer

Celesta

Celia Garcia – Garcia

Gerelateerde concerten

Steun

Word Vriend van de Matinee

Als trouwe bezoekers willen wij een bijdrage leveren aan het in stand houden van het unieke karakter en de hoge kwaliteit van de ZaterdagMatinee. Daarom: word Vriend of Genoot van de Matinee

Word Vriend of Genoot van de Matinee

Blijf op de hoogte!

Meld je aan voor de nieuwsbrief.